Van twee dutjes naar één: wanneer en hoe?
De overgang duurt weken, niet dagen. Zo bouw je het rustig op.
Ergens tussen het eerste en tweede levensjaar verdwijnt een van de twee dutjes. Die overgang verloopt zelden in één keer, en dat is normaal.
De signalen
Je kind heeft moeite met inslapen bij een van de twee dutjes, doet er structureel langer over, of wordt 's avonds later moe. Eén slechte dag zegt niets; het gaat om een patroon van een week of twee.
Waarom het schuurt
In de tussenfase is één dutje te weinig en twee te veel. Dat betekent dat sommige dagen goed gaan en andere niet, en dat kan weken duren. Verwacht niet dat je het in één week oplost.
Hoe je het opbouwt
Schuif het ochtenddutje geleidelijk op richting het midden van de dag, met een kwartier per paar dagen. Dat is prettiger dan het in één keer schrappen, want dan wordt de middag te lang.
Vervroeg de bedtijd tijdelijk
In de overgang is je kind aan het eind van de dag vaker oververmoeid. Een halfuur eerder naar bed vangt dat op en voorkomt onrustige nachten.
Onderweg gaat het anders
Op vakantie valt het ritme sowieso door elkaar. Begin de overgang dus niet vlak voor of tijdens een reis. Zie middagslaap onderweg.
Voor het bredere ritme: slaapritme op vakantie.









