Fietsen met een kind: van fietsstoeltje tot fietskar
Voorzitje, achterzitje of fietskar: wat past bij welke leeftijd en welke ritten.
Fietsen met een kind kan op drie manieren, en welke het beste werkt hangt vooral af van de leeftijd en van hoe lang je onderweg bent.
Het voorzitje
Geschikt zodra een kind zelfstandig rechtop zit en het hoofd goed kan dragen. Het grote voordeel is contact: je kind ziet wat jij ziet en je kunt praten. Nadeel is het gewicht vlak boven het stuur, wat sturen zwaarder maakt, en de beperkte gebruiksduur.
Het achterzitje
Gaat langer mee en beïnvloedt het sturen minder. Je kind zit hoger en heeft meer ruimte, maar je ziet niet wat er gebeurt. Voor langere ritten is een goede rugsteun belangrijker dan je zou denken, want kinderen vallen op de fiets vaak in slaap.
De fietskar
Voor twee kinderen, voor lange ritten en voor slecht weer is een kar praktischer dan een zitje. Je kind ligt of zit beschut, kan slapen, en er is ruimte voor bagage. Een kar is zwaarder om te trekken en breder in het verkeer, dus je route wordt anders.
Bescherming tegen weer
Regen en wind zijn op de fiets vervelender dan tijdens het lopen, omdat je kind stilzit. Een poncho of windbreaker die op het zitje past scheelt meer dan een extra jas. De Bike-A-Way is daar specifiek voor gemaakt.
Waar je op let bij de keuze
Kijk naar het maximale gewicht, of het bevestigingssysteem op jouw fiets past, en of je het zitje of de kar makkelijk los kunt maken. Dat laatste bepaalt of je hem ook echt gebruikt.
Voor de volgende stap: van loopfiets naar fiets.































































